8.1 Definitie en aanvankelijke benadering
Meertalige en multiculturele competentie verwijst naar het vermogen om talen te gebruiken voor communicatiedoeleinden en deel te nemen aan interculturele interactie waarbij een persoon als sociaal wezen wordt beschouwd dat meerdere talen in verschillende mate beheerst en ervaring heeft met meer dan één cultuur. Deze competentie wordt niet beschouwd als boven- of nevengeschikt aan andere onderscheiden competenties, maar als een complexe of samengestelde competentie waarop de taalgebruiker een beroep kan doen.
Traditioneel wordt het leren van een vreemde taal beschreven als het enigszins geïsoleerde toevoegen van de competentie om in een vreemde taal te communiceren aan de competentie om in de moedertaal te communiceren. Het concept van meertalige en multiculturele competentie verschuift het accent en:
Desalniettemin kan een algemene opmerking worden gemaakt om de verschillende onderdelen en trajecten van het leren van talen met elkaar in verband te brengen. Over het algemeen ligt in het talenonderwijs op scholen de nadruk grotendeels op leerdoelen die te maken hadden met individuele algemene competentie (vooral op het niveau van het basisonderwijs) of communicatieve taalcompetentie (vooral voor leerlingen van 11 tot 16 jaar oud), terwijl in het onderwijs voor volwassenen (studenten of werkenden) doelstellingen worden geformuleerd in termen van specifieke taalactiviteiten of functionele vaardigheid in een bepaald domein. Deze nadruk, in het eerste geval op de aanleg en ontwikkeling van competenties, in het laatste geval op een optimale voorbereiding op het functioneren in een specifieke context, komt ongetwijfeld overeen met de verschillende rollen van algemene basisvorming aan de ene kant en gespecialiseerd voortgezet onderwijs aan de andere kant. Het Gemeenschappelijk Referentiekader behandelt deze verschillende praktijken niet als tegengesteld maar brengt ze met elkaar in verband en laat zien dat ze in feite complementair dienen te zijn.