Get the Flash Player to see this player.
Een nascholingsproject met interactieve training, lesmateriaal en een complete leerlijn voor de vaardigheden spreken en luisteren. Dat ontwikkelde de Werkgroep Luisteren en Spreken van de Pedagogische Begeleidingsdienst Brugge voor de zes jaren van het secundair onderwijs in Vlaanderen. Met het project komt de dienst tegemoet aan een grote behoefte onder leerkrachten Nederlands, die de taalvaardigheid van hun leerlingen moeten oefenen en evalueren. Het project beantwoordt ook aan de eisen van de nieuwe eindtermen en het leerplan.
Bekijk een reportage over dit project. (Als je het filmpje niet kan bekijken, download dan eerst Realplayer.)
School en omgeving
Aanleiding voor het project
Doelstellingen
Doelgroep
Opzet
Uitvoering
Middelen
Planning
Resultaten
Fanmail
Tip
Contactpersoon
Instituut en omgeving
In Vlaanderen wordt de nascholing van leerkrachten op verschillende manieren georganiseerd. Scholen gaan eerst intern na aan welk soort nascholing zij het meest behoefte hebben. Vervolgens trekken hun leerkrachten naar een vereniging of centrum dat deze nascholing aanbiedt. De overheid subsidieert de nascholing via de school met een vast jaarlijks bedrag per leerkracht. In principe is zij dus kosteloos voor de deelnemers.
Grote nascholingscentra werken vaak samen met universiteiten en hogescholen en maken gebruik maken van hun infrastructuur. Om hun aanbod uit te werken beschikken de centra over een of meer eigen coördinatoren en vaste administratieve medewerkers. Inhoudelijk werken zij met stuurgroepen. Dat zijn denktanks van ervaren leerkrachten, vakdidactici, pedagogen, universiteitsprofessoren enz. die een viertal keer per jaar samenkomen om na te denken over interessante nascholingsprogramma's voor leerkrachten. Bijna altijd gaat het hier om vrijwilligers.
De vzw Eekhoutcentrum is zo'n nascholingscentrum. Ze is gevestigd in Kortrijk, een stad van 75 000 inwoners, met een rijk textielverleden, in het hartje van de provincie West-Vlaanderen. Het Eekhoutcentrum werkt met een 22-tal stuurgroepen, waaronder de stuurgroep Nederlands. Gelegenheidswerkgroepen verdiepen zich geregeld in bepaalde thema's en werken nascholingen verder uit. Luisteren en Spreken is zo'n werkgroep. Specifieke doelgroep van het centrum zijn de leerkrachten uit de provincie West-Vlaanderen, maar geregeld worden projecten bewust opengesteld voor alle Vlaamse leerkrachten. Zo organiseert de stuurgroep Nederlands jaarlijks de Dag van het Nederlands, een uitgebreide en gevarieerde nascholingsmiddag waarop elke Vlaamse leerkracht welkom is. Ook het project Luisteren en Spreken werd voor alle Vlaamse leerkrachten opengesteld. De jongste tijd mag het rekenen op heel wat belangstelling, onder meer vanuit Nederland.
De werkgroep Luisteren en Spreken ontstond in 1993 op initiatief van de pedagogisch begeleiders voor het vak Nederlands uit de regio, die de werking van nabij opvolgen en ondersteunen. De werkgroep bestaat uit ervaren en geïnteresseerde leerkrachten, die vrijwillig aan denk- en ontwikkelingswerk doen voor hun school en andere scholen. De wisselwerking begeleiding - nascholingscentrum - leerkrachten maakt het draagvlak van de werkgroep erg breed.
Aanleiding
Begin jaren negentig werden in het Vlaams secundair onderwijs nieuwe leerplannen Nederlands ingevoerd. Die moesten het onderwijs van het Nederlands veel communicatiever maken. Vaardigheidsonderwijs moest naast kennisonderwijs een gelijkwaardige plaats krijgen. Maar hoe moesten de leerkrachten dat aanpakken in de les?
De pedagogische begeleiding werd overstelpt met vragen naar didactische ondersteuning en lesmateriaal. Vooral het onderwijs van mondelinge taalvaardigheden miste elke traditie: onderzoek en vakliteratuur ontbraken grotendeels, schoolboeken waren er niet op ingesteld. Bovendien stelden leerkrachten zich fundamentele vragen: is taalonderwijs niet per definitie bezig met spreken en luisteren? Moeten de leerkrachten in de les tijd besteden aan vaardigheden die een leerling sowieso verwerft buiten de school? En wanneer zullen de leerlingen dan nog 'kennis' opdoen, essentieel voor een hogere studie? Ten slotte waren de leerkrachten niet vertrouwd met de gepaste didactiek. Ze kenden onvoldoende strategieën om hun leerlingen beter te leren luisteren en spreken, in hun lessen stak zelden een lijn, ze beheersten ook de terminologie niet om die strategieën te expliciteren. En hoe moesten ze de taalvaardigheid van hun leerlingen evalueren?
Voldoende vragen, vond de pedagogische begeleidingsdienst van Brugge, om de werkgroep Luisteren en Spreken op te richten. Haar taak: een theoretisch kader en concreet lesmateriaal ontwikkelen om leerkrachten bij het onderwijs van mondelinge taalvaardigheden te ondersteunen.
Doelstelling
Het project heeft van bij de start vijf doelstellingen:
1. Algemeen- Scholen krijgen systematische en concrete ondersteuning voor het onderwijs van mondelinge taalvaardigheden.
- Leerkrachten veranderen hun onderwijsgedrag, hun lesprocedures, hun lesmateriaal. Zij durven frontale instructie verlaten, leggen meer de klemtoon op modereren dan op dirigeren, beoordelen hun leerlingen pas na voldoende oefensituaties en laten procesbegeleiding primeren op cijfermatige rapportering.
- Leerkrachten nemen actief deel aan de nascholing. Zij proberen didactieken en materialen uit in de klas en geven daarover feedback tijdens terugkomdagen. Zij reflecteren over hun aanpak en hanteren daarbij de gepaste terminologie.
- De werkgroep zet een doorgedreven leerlijn uit voor mondelinge taalvaardigheid. Op basis van de feedback van leerkrachten wordt het daarin passende lesmateriaal telkens opnieuw geoptimaliseerd en verfijnd. Leerlijn en lessen moeten voldoende inspiratie bieden voor spreek- en luisteronderwijs in alle onderwijsvormen.
- Het lesmateriaal wordt ontwikkeld volgens een vast scenario, dat aan de leerkracht én de leerling ruime mogelijkheden biedt tot reflectie.
- Het lesmateriaal en de didactische principes worden over heel Vlaanderen verspreid, waardoor het project zich niet beperkt tot de regio West-Vlaanderen.
- De leerlingen oefenen en verbeteren hun mondelinge taalvaardigheid in formele situaties en reflecteren daarop. Zij maken daarbij gebruik van de gepaste terminologie.
- De werkgroep komt via zijn werking tot antwoorden op de vragen van leerkrachten, zoals: Welke taaksituaties moet ik creëren vanuit de doelen voor luister- en spreekonderwijs? Hoe kan ik die taaksituaties op een zinvolle en systematische manier in mijn lessen integreren? Hoe kan ik de vaardigheden die de leerlingen voor die taken nodig hebben, overbrengen en hoe kunnen de leerlingen ze leren? Hoe kan ik deze vaardigheden beoordelen?
Doelgroep
Het project richt zich in de eerste plaats tot leerkrachten Nederlands van het secundair (voortgezet) onderwijs, alle onderwijsvormen.
Opzet
De werkgroep Spreken en Luisteren stelt voor de drie graden van het secundair onderwijs een leerlijn mondelinge taalvaardigheid op. Zij ontwikkelt hiervoor lesmateriaal en organiseert interactieve nascholing voor leerkrachten. Leerkrachten gebruiken het materiaal in hun lessen, volgens de aangereikte didactieken. Dankzij hun feedback kan de werkgroep het lesmateriaal en de leerlijn optimaliseren en verfijnen.
Algemene visieOp basis van vakliteratuur, eindtermen/leerplannen en de ervaringen van leerkrachten formuleert de werkgroep een algemene visie op het onderwijs van mondelinge taalvaardigheid. Dit zijn de belangrijkste krijtlijnen:
- Om leerlingen beter te leren luisteren en spreken, moeten we uitgaan van communicatieve situaties die bovendien functioneel zijn, zowel binnen leersituaties als binnen de maatschappelijke context. De klemtoon ligt op formele situaties (presentatie, baliegesprek, discussie, sollicitatiegesprek…).
- Door de leerlijn een cyclisch karakter te geven, zorgen we ervoor dat bepaalde vaardigheden af en toe worden hernomen, maar op een hoger verwerkingsniveau .
- We bieden de vier vaardigheden, taalbeschouwing en literatuur zoveel mogelijk geïntegreerd aan.
- Vaste onderdelen in de bespreking en uitwerking van de lessen zijn hun plaats in het leerplan en in de eindtermen. Op die manier dijken we het vrijblijvende karakter van luister- en spreekoefeningen in.
- We besteden uitdrukkelijk aandacht aan de vakoverschrijdende eindtermen leren leren en sociale vaardigheden.
Zes duidelijke principes onderbouwen de leerlijn:
- Alle luister- en spreeksituaties komen evenwaardig aan bod;
- Er wordt rekening gehouden met de complexiteit van de leerstof;
- De leerstof wordt voldoende herhaald;
- Het lesmateriaal houdt rekening met de leefwereld en de persoonlijkheidsontwikkeling van de leerling;
- Leerlingen ervaren onmiddellijk dat de aangeboden luister- en spreeksituaties een realistisch karakter hebben, waarbij het gebruik van het Algemeen Nederlands logisch en noodzakelijk is;
- Er is aandacht voor de transfer van naar andere vakdelen binnen Nederlands enerzijds en naar andere vakken van het curriculum anderzijds.
Nascholing
Hoewel de nascholing een heel concreet karakter
heeft, wil zij meer doen dan gesneden brood aanreiken. Leerkrachten
krijgen de vaardigheden aangereikt om zelf materiaal te ontwikkelen
en het te personaliseren. Daarom ligt het accent ligt op overleg,
een visie op het eigen vak en op de eigen professionaliteit, zin
voor zelfkritiek, gezamenlijke bespreking, zin voor samenwerking en
vooral attitudevorming rond mondelinge taalvaardigheden.
Leerkrachten die aan de nascholingssessies deelnemen, engageren
zich dan ook om lesmateriaal uit te proberen in hun lessen en
daarover feedback te geven.
Uitvoering
Onmiddellijk na haar oprichting gaat de Werkgroep Spreken en Luisteren aan de slag. Zij verzamelt recente vakdidactische inzichten uit binnen- en buitenlandse publicaties en screent de eindtermen en nieuwe leerplannen. Op basis daarvan ontwikkelt de werkgroep een ontwerp van curriculum, gaat na in hoever het onderwijs van spreken en luisteren in Vlaamse en Nederlandse schoolboeken aanwezig is en formuleert voorstellen op nascholingsmiddagen en in publicaties. Dat leidt tot een concrete leerlijn voor de drie graden van het secundair onderwijs, met haalbare lessen en bruikbare evaluatiemodellen. Met dit pakket stapt de werkgroep naar het Eekhoutcentrum, dat de nascholingen organiseert. Aanvankelijk worden enkel de West-Vlaamse leerkrachten uitgenodigd, later alle Vlaamse leerkrachten.
Hoe ziet de leerlijn eruit?Elk schooljaar wordt verdeeld in vijf blokken van zes à acht weken (de vakanties dienen telkens als tussenschot). Per blok beschikken de leerkrachten over gemiddeld acht lesuren voor luisteren en spreken.
Voor elk blok worden een vijftal lesschema's ontwikkeld. Dat gebeurt in overeenstemming met de leerlijn.
Alle oefeningen en voorstellen in de leerlijn volgen zoveel mogelijk een vast stramien:
- een opbouw: van enkelvoudig naar complex; van gemakkelijk naar moeilijk; van los naar geïntegreerd; van dicht bij de leefwereld van de leerlingen naar onderwerpen die verder van hen afstaan.
- korte, zinnige taalsituaties;
- afwisseling in tekstsoorten;
- stapsgewijze opbouw vanuit een complete communicatieve situatie;
- bijsturing van de deelvaardigheden.
De leerlijn wordt op de werkvloer getest en indien nodig bijgestuurd. Er is een leerlijn voor zes leerjaren. Het belangrijkste facet van leren leren is hier het reflecteren over het eigen spreek- en luistergedrag. Om dit expliciet te stimuleren, worden de lessen systematisch opgebouwd volgens het OVUR-principe.
Hoe verloopt de nascholing van leerkrachten? De nascholingsessies worden gespreid over zes tot acht middagen, waar de leerkrachten actief en in kleine werk- en discussiegroepen aan deelnemen. Elke leerkracht krijgt in die periode voor dertig lesuren Nederlands minimum dertig concreet uitgewerkte, doordachte en besproken lessen mee naar huis. Deze lessen vormen samen een leerlijn voor een heel schooljaar. De leerkracht probeert het lesmateriaal uit in de klas, eventueel in persoonlijke varianten. Tijdens de sessies worden het materiaal besproken en geven de leerkrachten feedback over de lessen die zij ermee hebben gegeven.
De vaste onderdelen in de bespreking en uitwerking van de dertig lessen voor de eerste en tweede graad zijn:- plaats in het leerplan en in de eindtermen;
- doelstellingen van de les en/of van de diverse onderdelen;
- lesprocedures met oefeningen, voorstellen voor varianten en verdere suggesties;
- evaluatie;
- verbanden met andere onderdelen van het vak Nederlands;
- overstapjes naar het onderdeel Nederlands-expressie, waar verdere inoefening mogelijk is.
Dit stramien wordt ook gehanteerd in de derde graad, maar daar wordt meer naar concepten toegewerkt. Zo staat het debat centraal in het vijfde jaar en de discussie in het zesde jaar.
Middelen
Materiaal
Tijdens de nascholing staat concreet lesmateriaal
centraal. Voor elke leerjaar en elke onderwijsvorm gaat het om
kant-en-klare lespakketten: een syllabus van ca. 350 pagina's en
een videocassette. De pakketten worden vooraf gekopieerd.
Wie de nascholing organiseert, moet lokalen huren, inschrijvingen opvolgen, videomateriaal en syllabi kopiëren, in koffie voorzien voor de deelnemers, afspraken maken met andere instituten voor nascholing enz.
Tijd
a) De nascholing van leerkrachten
Leerkrachten die deelnemen aan het project, zijn daar
zes tot acht middagen mee bezig, los van de tijd die zij tijdens
hun lessen besteden aan het uitproberen van het materiaal.
Het project Luisteren en Spreken is perfect geïntegreerd in het leerplan Nederlands en in de eindtermen. Per jaar kunnen leerkrachten een kwart van hun lestijd spenderen aan luister- en spreekonderwijs. Dat is de helft van de tijd die zij normaliter moeten besteden aan vaardigheidsonderwijs. Omdat luister- en spreekonderwijs altijd samenhangt met de andere vakcomponenten - lezen, schrijven literatuur en taalbeschouwing - is haalbaarheid gegarandeerd. Concreet zullen leerkrachten jaarlijks dertig lessen aan spreken en luisteren besteden.
b) Het project zelfHet project nam in totaal acht jaar in beslag en kwam tot stand in fasen:
- recente vakdidactische inzichten uit binnen- en buitenland verzamelen, doornemen en analyseren.
- de eindtermen en de nieuwe leerplannen voor elke graad doornemen en analyseren
- een curriculum ontwerpen.
- alle Vlaamse en de belangrijkste Nederlandse schoolboeken voor het vak Nederlands screenen op het onderwijs van mondelinge taalvaardigheid.
- voorstellen formuleren tijdens nascholingsdagen en in vaktijdschriften.
- een leerlijn uitstippelen.
- gelijktijdig werken aan lesmateriaal voor de eerste en derde graad.
- werken aan lesmateriaal voor de tweede graad, als brug tussen eerste en derde graad.
- werken rond leerlijn en lesmateriaal tijdens nascholingsdagen.
Menskracht
De nascholingen worden vrijwillig gegeven door vijf
leerkrachten. Scholen die het project willen invoeren, sturen een
of meer leerkrachten Nederlands naar de nascholing.
Financiën
Deelname aan de nascholing kost per leerkracht gemiddeld 152 euro, lespakket en alle kosten inbegrepen. Vlaamse
scholen kunnen deze kosten op zich nemen via hun jaarlijkse overheidssubsidie voor nascholing.
Planning
Wil een school werk maken van onderwijs mondelinge taalvaardigheid of het verbeteren, dan moet zij: a) het probleem detecteren
Of een school een probleem heeft met het onderwijs van mondelinge taalvaardigheid kan op drie manieren tot uiting komen:>
- De begeleiding stelt een lacune vast na een klasbezoek of na het bijwonen van een vakvergadering.
- De overheidsinspectie signaleert het probleem in haar eindrapport voor de school.
- De vakverantwoordelijken signaleren een probleem dat de school overstijgt, bv. een onderzoek dat wijst op een gebrek aan inzicht voor mondelinge taalvaardigheid.
b) een oplossingsstrategie vastleggen
Met behulp van de begeleiding beslist de school, via de vakgroep, welke richting zij uit wil. Zo kan zij de begeleiding
vragen om over dit thema sprekers aan te trekken voor de Dag van het Nederlands. Zij kan ook een interne werkgroep oprichten om een aanpak te zoeken. Een derde optie is dat de school zijn leerkrachten laat deelnemen aan extern aangeboden nascholing.
Resultaten
Voor de leerling
Door te werken met het OVUR-principe leren leerlingen
aandacht schenken aan zowel het product als het proces van luister-
en spreekvaardigheidsopdrachten. Door zelf te reflecteren op hun
leerproces gaan ze steeds beter spreken en luisteren in formele
situaties. De leerlingen blijken voor dit soort lessen ook meer
gemotiveerd. Ze appreciëren de aanpak waarin zij zelf
voortdurend actief moeten zijn, zelfs in grote groepen.
Voor de leerkracht
Leerkrachten vinden de nascholing heel bruikbaar,
concreet en ondersteunend. Dat blijkt uit schriftelijke evaluaties
en mondelinge commentaren. Zij gebruiken het aangeboden materiaal
met succes in de klas. Dankzij de ingebouwde stimulansen tot
reflectie zien zij er ook de meerwaarde van in. Hoewel zij vinden
dat hun lessen nu meer voorbereidingstijd kosten, zijn ze
enthousiast. Ze durven ook zelf voortbouwen op het lesmateriaal en
het aanpassen aan het kennen en kunnen van hun eigen
leerlingen.
Voor de ontwikkelaars
De vijf leerkrachten die de nascholing geven, doen
dit nog steeds vrijwillig. Wel werden zij door hun directie op
bepaalde dagen lesvrij gemaakt om aan de grote vraag van zowel
nascholingscentra als scholengemeenschappen te kunnen voldoen.
Daarbij blijven zij het lesmateriaal en de leerlijn verder
verfijnen. Intussen krijgt het project navolging in de vorm van
nieuwe werkgroepen voor meer specifieke onderwijsvormen en
-niveaus.
Voor het aangemaakte materiaal
Dankzij de feedback van de leerkrachten die aan de
nascholing deelnemen, wordt het materiaal voortdurend verfijnd en
verbeterd. De leerkrachten reiken ook zelf heel wat nieuwe
ideeën en uitgewerkte lessen aan.
Fanmail
- Prof. Johan Van Iseghem (Nederlandse Literatuur & Academische Lerarenopleidinig (ALO) KU Leuven & KU Leuven Campus Kortrijk):"Ik heb het project Luisteren en Spreken in het secundair onderwijs vanaf de allereerste plannen op de voet kunnen volgen, begeleiden en behartigen. De leden van de werkgroep, het merendeel leerkrachten, startten dit vrijwilligerswerk van lange adem, omdat ze wilden tegemoetkomen aan behoeften van collega's Nederlands op de werkvloer. Bij de vernieuwing van de leerplannen begin jaren 90 bleek alle traditie op het vlak van mondelinge taalvaardigheid te ontbreken. De situatie bleek opvallend identiek aan die in Nederland. Helaas beschikt Vlaanderen niet over een Stichting Leerplan Ontwikkeling (SLO) en zijn de lesplannen die daar werden ontwikkeld niet zonder meer geschikt voor Vlaanderen. De leerplannen en eindtermen sporen niet zomaar met de Nederlands kern- of ontwikkelingsdoelen. De leerlijnen wijken bijgevolg vanzelf af. Er was dus maar één oplossing: zelf de handen uit de mouwen steken, mondelinge taalvaardigheid in het onderwijs ernstig nemen en ernaar handelen.
De aanpak van de werkgroep, zelf lesmateriaal ontwikkelen, aanbieden, uitproberen en perfectioneren na feedback van leerkrachten, vond intussen zijn multiplicatoren. Tal van evaluatiepapieren en enthousiaste deelnemers doen de vraag naar nascholing met dit materiaal steeds toenemen. Sinds het schooljaar 2000-2001 komt die vraag ook systematisch uit alle Vlaamse provincies. Misschien kan dit materiaal ooit uitgangspunt worden voor een vroeger al vaker bepleit construerend onderzoek inzake mondelinge taalvaardigheid, dat in Vlaanderen en Nederland bijzonder welkom zou zijn?
Het siert in ieder geval de leden van deze werkgroep en het Eekhoutcentrum dat ze met jarenlange, vrijwillige inspanningen bijna exemplarisch een uitweg wisten te forceren uit een impasse die in Vlaanderen bijna structureel lijkt."
Tips
Leerlingen beter leren luisteren en spreken: zes aandachtspunten
- Veel meer dan een lespakket. Leerkrachten krijgen niet uitsluitend kant-en-klare lessen in handen. Want wat als dat materiaal opgebruikt is? Daarom krijgen leerkrachten met dit project ook tools in handen om zelf lessen te construeren volgens de gepaste didactische principes. Ze proberen ze uit bij hun eigen leerlingen en reflecteren erover met collega's. Op die manier stimuleert dit project overleg, gezamenlijke bespreking, visie op de eigen professionaliteit en attitudevorming. Dat is ook de reden waarom leerkrachten de nascholing van het begin tot het einde moeten volgen.
- Het leerplan wordt niet zwaarder. Sommige leerkrachten zeggen dat ze het leerplan te overladen vinden, waardoor ze moeilijk tot meer vaardigheidsonderwijs kunnen komen. Vaardigheden hoeven echter niet los te staan van de andere vakonderdelen Nederlands. Tijdwinst ontstaat wanneer taalbeschouwing en literatuur in het vaardigheidsonderwijs worden geïntegreerd (of omgekeerd). Eenmaal zover krijgen leerkrachten makkelijker het gevoel 'twee vliegen in één klap te slaan'.
- Los maar niet geïsoleerd. Spreken en luisteren worden in dit project als afzonderlijke leerstofonderdelen aangeboden maar met transfers naar andere vaardigheden. Dat is een praktische tussenoplossing. Door een te geïsoleerde benadering dreigt het vaardigheidsonderwijs onfunctioneel te worden. Een te geïntegreerde benadering maakt het voor zowel leerkracht als leerling moeilijk om te focussen op de verschillende leerprocessen.
- Heterogene groepen, heterogene aanpak. Geen enkele klasgroep is homogeen. Dat uit zich het sterkst in de eerste graad van het secundair onderwijs. Daarom pleit de werkgroep voor een strategie die loopt van receptief naar productief: eerst het accent leggen op luisteren, dan op spreken. Om dezelfde reden geeft zij de voorkeur aan een taakgerichte aanpak: zet de leerlingen zoveel mogelijk aan het werk. Voorts kan het ook nuttig zijn af en toe taalmiddelen aan te reiken (standaardzinnen en zinswendingen). Ervaren leerkrachten vinden het allicht een koud kunstje om die taalmiddelen via eenvoudige didactische ingrepen meer impliciet aan te reiken. Wat leerlingen zelf ontdekken, zullen zij nu eenmaal beter begrijpen en onthouden.
- Leerkracht wordt coach. Bij luister- en spreekonderwijs wordt de leerkracht onmisbaar als coach, als begeleider. Hij staat niet meer voor, maar tussen de leerlingen. Hij zet ze aan het werk en begeleidt de strategie die moet leiden tot efficiënter luisteren en spreken. Omdat het proces het meest aandacht verdient (het eindproduct is minder zichtbaar), is voldoende feedback tijdens de les noodzakelijk om het leerproces te bewaken en te sturen.
- Evalueren à la carte. Algemeen
toepasbare beoordelingsschema's bestaan niet voor spreken en
luisteren. De gebruiker moet beoordelingscriteria altijd aanpassen
aan de taaltaak en de doelen. Nog enkele tips:
- Beoordeel enkel wat de leerling geoefend heeft
- Laat de beoordeling van mondelinge presentaties altijd voorafgaan door een klassikale nabespreking van sterke en zwakke punten
- Laat u niet inpakken door verbaal talent, focus altijd op het onderwijsresultaat
- Onderbouw uw beoordeling geregeld met een checklist waarop een beperkt aantal aandachtspunten staan
- Geef de rol van observator of beoordelaar af en toe aan leerlingen
- Laat het spreek- en luisteronderwijs voldoende meewegen voor het totaalcijfer van Nederlands
Contactpersoon
Wie meer wil weten over dit project, kan contact opnemen met de Werkgroep Luisteren en Spreken, via de pedagogische begeleiding. Mail naar katrien.durnez@pandora.be of fransien.vandermeersch@skynet.be, of surf naar www.sip.be/dpb/nederlands.
U kan ook terecht bij:
vzw Eekhoutcentrum
K.U.Leuven - Campus Kortrijk
E. Sabbelaan 53 - 8500 Kortrijk - België
tel. +32 56 24 61 82 - fax +32 56 24 69 98
Eekhout.Centrum@kulak.ac.be
www.eekhoutcentrum.be (Het complete nascholingsaanbod van het Eekhoutcentrum vindt u op www.sip.be/eekhoutcentrum/navorm.asp.)
Wegwijzer – Colofon – Contact – Vrijwaring – Opmerkingen en reacties
