taalunieversum

Direct naar menu
U bent hier: start » over taalunie »

Interview Gruttemeier en Leuker

Nieuwe Niederländische Literaturgeschichte richt zich op een breed publiek

'Elke cultuur- en literatuurliefhebber zal hiervan genieten'

Een gesprek met Ralf Grüttemeier en Maria Leuker, hoofdredacteurs van de recent verschenen Niederländische Literaturgeschichte (Verlag J.B. Metzler, 2006)

Vanwaar de ambitie om een Duitstalige Nederlandse literatuurgeschiedenis uit te brengen?
Ralf Grüttemeier: 'Die ambitie was tweeledig. Eerst en vooral bestond er een noodzaak vanuit didactisch oogpunt. Er was geen enkel actueel Duitstalig handboek op de markt dat de Nederlandse literatuurgeschiedenis vanaf haar ontstaan tot op heden samenbracht in een coherent verhaal. Bovendien gingen de meeste bestaande literatuurgeschiedenissen uit van een zekere voorkennis van de Nederlandstalige literatuur, terwijl wij werken met studenten die niet altijd over die voorkennis beschikken. Wij wilden dus een handboek creëren dat vertrok vanuit de voorkennis en behoeften van een Duitstalig lezerspubliek, en waarin de wederzijdse relaties tussen de Nederlandstalige en de Duitse literatuur werden belicht.'
Maria Leuker: 'Een tweede ambitie was van eerder wetenschapssociologische aard. Vanuit wetenschappelijk oogpunt vonden we dat het tijd werd om de neerlandistiek in het Duitse taalgebied de nodige volwassenheid te bezorgen. De romanistiek, de anglistiek en de slavistiek kennen reeds een lange traditie van literatuurgeschiedenissen in verschillende talen. Het werd het moment om te bewijzen dat ook onze discipline zelfstandig zo'n traditie kon genereren.'

Op welk publiek mikt de Niederländische Literaturgeschichte?
Ralf Grüttemeier: 'Het boek richt zich in de eerste plaats op de studenten neerlandistiek, we zullen het dan ook in onze lessen gebruiken en aanbevelen. Maar een breder, geïnteresseerd lezerspubliek zal even goed genieten van deze uitgave.'
Maria Leuker: 'We hebben wetenschappelijk jargon vermeden, zodat de geschiedenis voor elke geïnteresseerde lezer toegankelijk en leesbaar blijft. Elke cultuur- en literatuurliefhebber zal met plezier deze geschiedenis lezen.'

De Niederländische Literaturgeschichte vertrekt vanuit het oogpunt van een Duitstalig lezerspubliek. Op welke manier toont zich concreet deze invalshoek? Ralf Grüttemeier: 'Dat gebeurt op verschillende vlakken. Ten eerste worden courant gebruikte termen als 'rederijkers' en 'verzuiling' op een toegankelijke manier verklaard, aangezien geen voorkennis van deze termen verondersteld wordt. Bovendien wordt er contrastief gewerkt ten opzichte van de Duitse literatuur: men maakt vergelijkingen tussen Nederlandstalige auteurs en Duitse auteurs waarover bij ons doelpubliek wél voorkennis bestaat. Zo kan je bijvoorbeeld een parallel trekken tussen de taalexperimenten van Jaques Firmin Vogelaar en die van Arno Schmidt.
Maria Leuker: 'De wetenschappelijke ambitie bestond er ook in om aan te tonen hoe ingrijpend de visie van het Duitse publiek op Nederlandstalige auteurs soms verschilt van de blik van het Nederlandstalige publiek. Zo werd Cees Nooteboom in Duitsland begin jaren negentig binnengehaald als de volgende Nobelprijswinnaar, terwijl dat in Nederland op dat moment beslist niet het geval was. Er bestaat in Nederland zelfs geen verzameld werk van hem - in Duitsland wel. In de Duitse literatuur neemt hij een veel belangrijkere plaats in dan in de Nederlandse - dat toont zich dan ook in onze keuze van fragmenten. Nooteboom krijgt in ons werk een vrij grote rol toebedeeld, terwijl dat in Nederlandstalige literatuurgeschiedenissen niet het geval is. De beeldvorming over sommige auteurs is helemaal anders in Duitsland. '

Toch moet er vaak een hartverscheurende keuze gemaakt worden tussen de vele auteurs. Wat is jullie leidraad om auteurs al dan niet op te nemen?
Ralf Grüttemeier: 'Om te beginnen hebben wij ons beperkt tot wat wij als hoogtepunten van de Nederlandse letterkunde beschouwen, auteurs waarmee Duitse lezers beslist kennis moeten maken. Onze keuze zou de Duitse lezers in staat moeten stellen om hun weg te vinden in andere of meer uitgebreide literair-historische verhalen - bijvoorbeeld in Nederlandse of Vlaamse. Als het goed is, is ons verhaal daardoor ook voor Nederlanders en Vlamingen herkenbaar. Daarnaast speelde de genoemde Duitse bril een belangrijke rol bij onze keuze - Jo van Ammers-Küller komt om die reden in ons boek voor terwijl je haar in de literatuurgeschiedenis van Ton Anbeek bijvoorbeeld niet tegenkomt. Daarbij was de methodische leidraad doorheen onze geschiedenis de verschillende poetica's die opgang maakten op verschillende momenten. Welke eigenschappen en functies werden in verschillende periodes aan literatuur toegekend? Welke literatuuropvattingen primeerden in bepaalde periodes en hoe werd een dergelijke positie bereikt?'
Maria Leuker: 'Maar ook: hoe ontstonden deze poetica's en hoe werden ze institutioneel gezien opgevangen? In welke omstandigheden werd literatuur van boven uit gestimuleerd, wanneer tegengewerkt? Wat in de Middeleeuwen als literatuur werd beschouwd, verschilt van wat je heden ten dage bij de boekhandelaar ziet liggen. Het beschrijven van die ontwikkeling doorheen de geschiedenis was onze voornaamste bekommernis. En dat bepaalt uiteraard ook welke schrijvers we hebben opgenomen, welke niet.'

© Nederlandse Taalunie, 2000-2009 alle rechten voorbehouden
WegwijzerColofonContactVrijwaringOpmerkingen en reacties