Zo'n zeventig teksten hebben we gelezen. Soms werden we meegesleept, soms waren we verrast, soms geïrriteerd, te weinig echter buiten adem van opwinding. Veel hemelbestormende teksten hebben we helaas niet kunnen ontdekken. Een invalshoek of idee is origineel en krachtig, maar gaat vervolgens kopje onder in een chaotische of loodzware uitwerking, of, en dat is nog veel erger, een onderwerp is zo flinterdun en marginaal dat het binnen hooguit tien pagina's in een drijfzand van loze vorm verzuipt. Teksten die poëtisch sterk zijn, ontbreekt het vaak aan theatrale mogelijkheden en omgekeerd. De teksten die beide kwaliteiten in zich verenigen, zijn op tien vingers te tellen.
Gelukkig zijn er ook teksten die blijk geven van beheersing van het vak van toneelschrijver, van een boeiende, theatrale verbeelding en van een originele pen. En gelukkig vinden de schrijvers van die teksten elke keer weer de inspiratie en de energie om zich op het maagdelijke papier te storten en te werken aan een oeuvre, iets dat iedere keer weer bewondering afdwingt. Alvorens de winnaar van de Nederlands-Vlaamse Toneelschrijfprijs 1994 bekend te maken, willen we graag een aantal van deze schrijvers noemen.
De olifantsdracht van Han Römer en Titus Tiel Groenestege is een flitsende opeenvolging van absurde sketches en situaties. Als een soort kameleons veranderen de twee acteurs in het stuk voortdurend van karakter, overgangen die uitsluitend via de taal gemaakt worden. Een vrouw verandert in het peertje van een lamp, een man in een boerin; een procédé dat wel de nodige eisen stelt aan de kwaliteit van de vertolkers. Rode draad is het verhaal van een man, Baksap, die op zijn speurtocht naar de (on)zin van het leven allerlei personages op zijn dak krijgt. Door de vorm en de vaak hilarische taalspelletjes, scheert het stuk op een frisse manier langs allerlei existentiële kwesties.
Helle kijkers van Marian Boyer beschrijft de hartstochtelijke zoektocht van twee vriendinnen naar hun plek in de wereld. Een pijnlijke ontdekkingstocht door het labyrint van de tijd, op zoek naar een taal die de waarheid spreekt.
De schrijfster neemt ons bij de hand en voert ons via fascinerende, bij vlagen geheimzinnige en soms ronduit ondoorgrondelijke beelden en associaties de binnenwereld van haar personages in. De taal die zij zoeken is de taal van het instinct, van het onder- en onbewuste. Het gevaar van therapeutisch geneuzel, dat bij een dergelijk onderwerp levensgroot op de toer ligt, weet Marian Boyer te omzeilen. Ze verwoordt verlangen en verlies met een poëtische trefzekerheid en muzikaliteit in een emotionerende, geheel eigen taal.
Mirad, een jongen uil Bosnië van Ad de Bont, dat inmiddels uit twee delen bestaat, verhaalt over het ontstaan en de gevolgen van de burgeroorlog in voormalig Joegoslavië. Het is een vertelling, een theatraal muziekstuk. Via deze sterke vorm slaagt Ad de Bont er in een intense dramatische kracht te genereren. De taal die hij hanteert is poëtisch, direct en zonder onnodige franje en versiering, een stijl die het verhaal van de jongen Mirad en zijn familie en landgenoten zeer aangrijpend maakt. Hoewel inmiddels murw van alle beelden en verhalen die over ons heen gestort zijn. weet Mirad, een jongen uit Bosnië je bij de strot te grijpen en mee te voeren in deze verbijsterend gruwelijke en gewelddadige wereld. Het stuk is gespeend van cynisme en de auteur schroomt niet het te laten eindigen met uitzicht op een betere toekomst. Het is verrassend weer eens een stuk te lezen dat geschreven is vanuit een groot maatschappelijk engagement.
Een opmerkelijke tekst is ook Beckett en Jacoba van Karlijn Stoffels, afgelopen seizoen gespeeld in het amateur-theater. De literaire kwaliteit van het stuk oogst veel waardering, temeer omdat van deze schrijfster, voorzover ons bekend, niet eerder werk is uitgevoerd. Eerlijkheid gebiedt hier aan toe te voegen dat één van de juryleden, Benno Barnard, zelfs zo onder de indruk was van Beckett en Jacoba, dat hij er de voorkeur aan gaf de prijs aan Karlijn Stoffels toe te kennen. De meeste stemmen golden echter en omdat ook hij zich uiteindelijk in de keuze van de twee andere juryleden kon vinden, volstaan we hier met een nadrukkelijke vermelding.
In haar tekst, die blijk geeft van een grondige kennis van het leven en werk van Samuel Beckett, concentreert Karlijn Stoffels zich op de verhouding van Beckett met Jacoba van Velde, vertaler en bezorger van zijn oeuvre in Nederland. In het uit korte, krachtige scènes opgebouwde stuk, is de adem van Beckett perfect voelbaar, echter, en dat is het knappe, zonder te vervallen in epigonisme. Het is haar interpretatie van die voorbije wereld: door zich te concentreren op de (liefdes)relatie van Beckett en Jacoba, en door een vrouw de hoofdrol te geven in de mannenwereld die in Beckett's oeuvre zo'n grote rol speelt, slaagt ze er in Beckett een menselijker gezicht te geven. Een belofte voor de toekomst.
Dan is nu het moment gekomen om de laureaat bekend te maken. Het doet ons groot genoegen de Nederlands-Vlaamse\Toneelschrijfprijs 1994 toe te kennen aan Karst Woudstra voor zijn toneelstuk met de magistrale, aan James Ensor ontleende titel De stille grijzen van een winterse dag in Oostende (een Ensoriade).
Het stuk begint mei een gesprek tussen twee mannen, de ene dood, gestorven aan een ziekte van deze tijd (wellicht Aids), de ander wanhopig proberend iets van leven aan zijn gestorven vriend terug te geven, Het enige middel om dat te bereiken is het verzinnen van een theaterstuk. En zo geschiedde. Hij (die leven geeft) speelt Melchior de Zwaan, de ander (die leven krijgt) Nicholaas, twee broers met een onmogelijke liefde voor elkaar. Als in Zomergasten van Maxim Gorki wordt de rijke familie De Zwaan geschetst in hun zomerhuis te Oostende aan het begin van deze eeuw. Hun grootste vertier is het spelen van theater. In een bijna grotesk, naar een kookpunt stuwend, theatraal vormenspel worden de relaties lussen de familieleden uitgespit. De moord op Melchior aan het slot van het stuk draait de beginsituatie om: Melchior heeft niet alleen het leven aan Nicholaas gegeven, hij treedt voor hem in de plaats. Zo wordt het stuk een aanklacht tegen de onrechtvaardige dood en een ode aan een eeuwigdurende vriendschap.
Het samenspel van de verschillende werkelijkheidslagen van De stille grijzen van een winterse dag in Oostende biedt de mogelijkheid om een herkenbaar gegeven (man verliest vriend aan ongeneeslijke ziekte) theatraal uit te diepen, wat complex en daardoor rijk drama oplevert. De diepgravende tekening van alle acht (!) personages, niet door middel van regie aanwijzingen, maar door middel van de dialogen, getuigt van groot vakmanschap. De woorden die Karst Woudstra de personages in de mond legt, zijn het topje van een psychologische ijsberg, in de huidige zap-cultuur die ook in het theater sporen heeft getrokken, is een dergelijke knap geconstrueerde tekst, die niet blijft steken in vorm, maar ook inhoudelijk weet te overtuigen, een zeldzaamheid.
De stille grijzen van een winterse dag in Oostende is een tekst die door het Nederlandse toneel opnieuw opgevoerd moet worden. En ook voor het buitenlandse theater (vooral het Duitse!) kan deze tekst een bijzondere aanvulling op het bestaande repertoire zijn. Skeletten die zich willen verwarmen of vandaag geen vuur, zo luidt de titel van het boek van de bewonderde James Ensor op de voorplaat van het tekstboekje. Gelukkig kon de jury zich wel warmen.
Jury:
Benno Barnard, schrijver en publicist
Marcelle Meuteman, theatermaker
Dennls Meyer, jeugdtheaterspecialist Theater Instituut Nederland
Organisatie:
Steven Peters
Nieuwsberichten
- Kris Cuppens wint Taalunie Toneelschrijfprijs 2006
- Genomineerden Taalunie Toneelschrijfprijs 2006 bekend
- Anna Enquist, Antoine Uitdehaag en Anne Vegter winnen Taalunie Toneelschrijfprijs 2005 met Struisvogels op de Coolsingel
- Jeroen van den Berg wint Taalunie Toneelschrijfprijs
©
Nederlandse Taalunie, 2000-2008 alle rechten voorbehouden
Wegwijzer – Colofon – Contact – Vrijwaring – Opmerkingen en reacties
Wegwijzer – Colofon – Contact – Vrijwaring – Opmerkingen en reacties
