Taalunie Toneelschrijfprijs 1998
Ruim zestig teksten hebben we de afgelopen maanden gelezen: voor jeugd of volwassenen, rijp en groen, klassiek gecomponeerd en experimenteel. Een aantal teksten uit het zeer diverse aanbod willen we hier graag noemen, omdat ze, om uiteenlopende redenen, indruk hebben gemaakt.
ja ja maar nee nee van Rudi Bekaert schetst in 50 korte scènes de ontmoetingen tussen de bewoners in de hal van een flatgebouw. Het tempo van de, vaak grappige, dialogen is stevig. De gesprekken zijn van een hoog roddelgehalte, de kleinburgerlijkheid druipt er van af, maar daar doorheen schemert de angst, voor de buitenwereld en voor het leven. Miniem zijn de verschuivingen in die gesprekken en het is de mathematische precisie waarmee de schrijver varieert op een thema die deze tekst een boeiende ritmiek geeft. Met ja ja maar nee nee heeft Rudi Bekaert een nieuwe vorm gevonden om ontwikkelingen in de samenleving een plek te geven in het theater.
Ook Arne Sierens zoekt in De broers Geboers aansluiting bij wat in de maatschappij speelt, met een geheel eigen resultaat. Een poëtisch toneelstuk is het, over twee broers, hun vader en grootmoeder, dat zich afspeelt in het benauwde huisje van laatstgenoemde. Warmbloedig en met veel humor geeft Arne Sierens contouren aan zijn karakters, nietige individuen die gevangen zitten in zichzelf en in hun tamelijk uitzichtloze bestaan. Elke poging die zij ondernemen om hier aan te ontsnappen blijkt de verkeerde, de trefzekere beschrijving hiervan levert, ondanks alle treurigheid, absurde en hilarische momenten op. Niet door ze met woorden te beschrijven, maar veel eerder door ieder personage een eigen taal(gebruik) te geven, worden ze tot leven gewekt. Door die beeldende kracht roept deze tekst er om gespeeld te worden.
Nog een tekst die uitblinkt in speelbaarheid is Assepoes van Heleen Verburg, een sprankelende en uitdagende bewerking voor kinderen vanaf 6 jaar van het overbekende sprookje. De taal is melodieus en wendbaar, de tekst heeft een mooi ritme. Aardig is ook datje in de karakters eigen- schappen herkent van de mensen om je heen, of van jezelf. Een tekst die legio aanknopingspunten biedt voor een kleurrijke, prikkelende voorstelling.
De jonge theatermaker Dimitri Leue verraste ons met Zarah of de vogels komen terug uit het Zuiden, twee monologen over de absolute liefde. De taal is rijk, de beelden zijn ontroerend. De tekst is gespeend van moralisme en clichés en bewijst maar weer eens dat jeugdtheater het makkelijk kan stellen zonder eenvoudige taal en eenduidige personages. We zien uit naar ander werk van deze schrijver.
Met Doa tuut 't, een monoloog voor stem en tuba, schreef Wiel Kusters een poëtisch geladen tekst over twee generaties mijnwerkers en het leven in de mijnstreek. Een compleet a-modieuze monoloog is het, handelend over essentiële zaken, over wortels en vergankelijkheid. De tekst probeert de adem van een leven te evoceren. Mooi zijn de beelden die opgeroepen worden, de taal is ritmisch en van een grote precisie en helderheid. Een lust om te lezen.
Peer Wittenbols heeft de laatste jaren gestaag gewerkt aan de opbouw van een oeuvre. Hij is een uiterst productief schrijver, die jaarlijks minstens een, en vaak maar liefst twee nieuwe stukken schrijft, altijd voor de in Maastricht gevestigde Theatergroep De Federatie. Het afgelopen seizoen gingen er twee nieuwe stukken van zijn hand in premiere: April (1864-1889) en Ochtendkroniek. De eerste tekst speelt in een gehucht op de prairie, in het jaar 1889, de tweede op een cruiseschip, in de vroege ochtend voor een 40-jarig huwelijksfeest. Als in zijn eerdere werk worden ook deze stukken bevolkt door personages met wonderlijke namen als Mees en Tocht, het jubilerende echtpaar uit Ochtendkroniek, Wekker, Durk en Veertigbier, respectievelijk hoefsmid, paardentemmer en sheriff in April (1864-1889). De altijd complexe personages worden met mededogen en humor geschetst, uiterst gevoelig en gespeend van iedere sentimentaliteit. Zijn taal is prikkelend en sensueel, met weinig woorden weet hij de verbeelding op gang te brengen. Wat ook aanspreekt is het mysterieuze van zijn teksten: ze zitten boordevol geheimen waar je niet echt de vinger op kunt leggen. Dat mysterie is een zeldzaamheid in het theater.
Unaniem en zonder discussie hebben we besloten de Taalunie Toneelschrijfprijs 1998 toe te kennen aan Peer Wittenbols voor de tekst April (1864-1889).
"Stel je het geluk voor van borsten hebben, de zorg en de aandacht die ze vragen, je gaat er naar lopen, je gaat er anders van liggen. Een belangrijk deel van de dag ben je bezig met ze behoedzaam verbergen. Stel je het geluk voor van lang haar hebben dat lekker ruikt... Het geluk van blij zijn dat je een jong dier ziet: biggetje, veulen, lammetje en denken: 'Straks, later, ik.' Man, elke maand bloeden en je daarna beter voelen en je lange haar kammen en je mooie jurk aantrekken en bekeken worden terwijl je dat misschien niet eens merkt. Stel je toch voor."
Het is een fragment uit een monoloog van de paarden temmer Durk dat tekenend is voor het hele stuk. April (1864-1889) is een tragikomisch stuk, vol hartverscheurend eenzame personages. De metafoor van het gehucht in het wilde westen is sfeervol en de perfecte omgeving voor het wanhopige geworstel van de personages met hun onvervulde verlangens. De drukkende, loodzware stilte en de eindeloze leegte van de prairie is voortdurend voelbaar. Het is de kwaliteit van de taal waardoor het geworstel van de personages met eenzaamheid en onvervulde verlangens opgetild wordt en tot poëzie wordt, zonder aan herkenbaarheid in te boeten. De personages zijn zich ternauwernood bewust van hun tragiek. Het is precies hierdoor dat April (1864-1889) zelfs op de meest dramatische momenten niet pathetisch wordt. April (1864-1889) is een ongrijpbaar stuk met ongrijpbare karakters, een stuk over de liefde, dat ongrijpbare, waardoor je als lezer op zoek moet naar je eigen banden met de personages en met de wereld om je heen en in dat zoeken raak je ontroerd door je eigen leven dat ongrijpbaar aan je voorbij glipt.
Het is met groot genoegen dat wij de Taalunie Toneelschrijfprijs 1998 toekennen aan Peer Wittenbols.
Amsterdam, 12 september 1998
De jury
Peter van Kraaij, film- en theaterregisseur, scenarist
Frieda Pittoors, actrice
Flora Verbrugge, artistiek leider Jeugdtheater Sonnevanck
Organisatie:
Steven Peters
Nieuwsberichten
- Kris Cuppens wint Taalunie Toneelschrijfprijs 2006
- Genomineerden Taalunie Toneelschrijfprijs 2006 bekend
- Anna Enquist, Antoine Uitdehaag en Anne Vegter winnen Taalunie Toneelschrijfprijs 2005 met Struisvogels op de Coolsingel
- Jeroen van den Berg wint Taalunie Toneelschrijfprijs
Wegwijzer – Colofon – Contact – Vrijwaring – Opmerkingen en reacties
