Ruim 70 toneelteksten hebben we de afgelopen periode gelezen, in een enorme diversiteit van genres en stijlen: van realistisch tot prettig gestoord, van intieme, verhalende monologen tot op de Griekse klassieken geïnspireerde teksten, van avondvullende, traditioneel opgebouwde stukken tot uit improvisatie voortgekomen, associatief werk. In thematiek en onderwerpkeuze is het aanbod afwisselend als het leven, waarbij als vanouds liefde, relaties en alles wat daar mis mee kan gaan hoog scoren en ook de vraag naar de zin des levens regelmatig passeert.
Een aantal teksten willen we hier graag noemen, omdat ze de jury om verschillende redenen bekoren. In opdracht van Theater Artemis schreef Bodil de la Parra Victor & Ik, een tekst over twee broertjes en een zusje, die het samen moeten zien te klaren, omdat hun ouders voor hun werk in het buitenland vertoeven. De ouderlijke aandacht voor hun kroost beperkt zich tot een paar haastige telefoontjes om mee te delen dat ze langer weg blijven dan gepland en tot een door de postbode afgeleverd cadeau uit den vreemde. Op een humoristische, maar niet minder schrijnende manier schetst Bodil de la Parra in Victor & Ik hoe de kinderen proberen een invulling te geven aan hun gezamenlijke huishoudentje, met alle vrijheid die ze hebben, maar ook met het gemis van hun ouders. Een belangrijke rol in het definiëren van de onderlinge relaties wordt gespeeld door Marie, een klasgenootje van het zusje dat regelmatig over de vloer komt, en haar (overleden) tweelingbroertje Victor. Marie heeft elf huisdieren, Victor weet alles over het heelal en spreekt maar liefst zeven talen. Het is mooi en aandoenlijk tegelijk om te zien hoe de drie kolderen elk op hun eigen manier invulling geven aan hun vriendschap met Marie en Victor. De personages in Victor & Ik zijn rijk, de situaties sprekend, en de tekst laat veel te raden: een vitale en theatrale tekst, kortom.
Gefascineerd is de jury door De Naamlozen van Filip Vanluchene, geschreven In opdracht van Theater HetNet (voorheen De Korre). Het stuk draait om een aantal buren in een volkse wijk, die lief en leed met elkaar delen: onuitgesproken verliefdheden, jaloezie en afgunst, toekomstdromen, drank- en huwelijksproblemen, seksuele fantasieën. Het portret van de personages in De Naamlozen is liefdevol en zuigt je zo mee in hun levens, dat je, nadat je net (lijvige) script hebt dichtgeslagen, wilt weten hoe het verder gaat met deze mensen. Hoewel er vrijwel vanaf het begin een soort dreiging in de lucht hangt, blijft bijna tot het slot versluierd welk drama zich in deze gemeenschap afspeelt: één van de personages, de bazige en betweterige secretaris van de Katholieke Werkers Bond, heeft zich vergrepen aan de kleine Julienske, een joch dat bezeten is van cinema. Kindermisbruik, overigens een thema dat, een paar jaar na Marc Dutroux, in een aantal toneelteksten opdoemt. Op het moment van deze onthulling vallen de puzzelstukjes op hun plaats en realiseer je je met terugwerkende kracht dat het niet anders had kunnen zijn. Het wonderlijke aan De Naamlozen is dat de tekst geen toneeltekst lijkt. Hoe deze wel te omschrijven weten we niet, maar een vertelling komt waarschijnlijk het dichtst in de buurt: de tekst bevat vooral beschrijvingen van situaties, gebeurtenissen, gedachten en emoties, afgewisseld met dialogen tussen de (vele) personages. Volgens de programmafolder is De Naamlozen gespeeld door drie acteurs en we zijn erg benieuwd hoe deze tekst op de scène is gebracht. Dat deze tekst op het toneel thuishoort, daar zijn we stellig van overtuigd. Sterker nog: onze handen jeuken om zelf aan de slag te gaan.
Twee teksten gooiden hoge ogen naar de Taalunie Toneelschrijfprijs 2000 en we hebben lang gediscussieerd alvorens tot een keuze te komen. Allemaal Indiaan van Victoria en Les Ballets C. de la B. is de derde (internationale) theaterhit op rij van regisseur Alain Platel en schrijver Arne Sierens. Net als de eerdere producties is ook deze voorstelling na lang improviseren 'op de vloer' tot stand gekomen, waarbij geput is uit een verscheidenheid aan bronnen en de spelers een grote inbreng in de uiteindelijke voorstelling hebben gehad. Allemaal Indiaan op de scène is een aanstekelijke en meeslepende assemblage van tekst, beweging, dans en muziek. Je zou verwachten dat hiervan op papier slechts een bleke echo zou klinken, maar niets blijkt minder waar, want de 'partituur' van de voorstelling staat als een huis. "Ik wil iets over de condition humaine zeggen", aldus Arne Sierens in een interview, en deze ambitie maakt hij volledig waar. Twaalf personages, kinderen en volwassenen, bevolken in Allemaal Indiaan de scène, die bestaat uit twee huizen met een steeg ertussen. De handeling zapt in een duizelingwekkend tempo heen en weer tussen deze huizen, de steeg en de personages, die allemaal hun eigen verhaal hebben, hun dromen en verlangens, twijfel, onzekerheid en pijn. Tosca, kettingrokend moeder van vier kinderen en een oase van onvoorwaardelijke liefde, haar oudste dochter Elleke, die droomt van een carrière als kapster in New York (maar ook als de dood is om te gaan), buurman Franky, brandweerman en bezorgd over zijn vrouw die in een psychiatrische kliniek verblijft, zijn zuster Mireille, die mannen bij de vleet verslijt en het ook allemaal niet weet. Indrukwekkend is de manier waarop de verhalen van deze twaalf mensen door elkaar geweven zijn tot een dwingende compositie, waarin geen woord overbodig is en alles wat gezegd en gedaan wordt een wereld opent. Onze situatie is misschien een andere, maar de gevoelens en angsten die zij hebben, kennen we allemaal. Allemaal Indiaan is een partituur die je bij de strot grijpt, mooi van taal, bij vlagen hilarisch en van begin tot eind spetterend van de energie en levenslust.
In 1995 maakte de toen net afgestudeerde acteur Ramsey Nasr grote indruk met de door hemzelf geschreven, geregisseerde en gespeelde solovoorstelling De doorspeler. Zo mogelijk nog indrukwekkender is zijn nieuwe monoloog Geen lied, uitgebracht door Het Zuidelijk Toneel. In Geen lied dwaalt een jongeman door de onderwereld, koortsachtig op zoek naar zijn eerste liefde. Net als in de Orpheus-mythe, waar Ramsey Nasr zich door heeft laten inspireren, vindt de hoofdpersoon zijn geliefde, maar hij raakt haar opnieuw kwijt. Behalve een persoonlijk afscheid van een geliefde is Geen lied een duizelingwekkend relaas over het verlies van de onschuld en overzichtelijkheid van de jeugd, een poëtisch verslag van de tot mislukken gedoemde poging om houvast te krijgen en van de pijnlijke verovering van inzicht en berusting. Dit gevecht is voor iedereen herkenbaar en invoelbaar, wat Geen lied een enorme reikwijdte geeft: de gelaagdheid die Ramsey Nasr aan zijn personage geeft, dwingt respect af. De monoloog is mooi van taal, evocatief en zintuiglijk. Soms lijkt de tekst gewild poëtisch, maar dit past uitstekend bij de romantische inslag van de hoofdpersoon (en de schrijver) en wekt hierdoor zelfs ontroering. Het vangen van gevoelens in woorden is een hachelijke onderneming, waarbij het gevaar sentimenteel of larmoyant te worden op de loer ligt. Het is een grote prestatie van Ramsey Nasr dat hij Geen lied langs deze afgrond weet te sturen. Geen lied is een fascinerend staaltje van theatrale poëzie, dat ons op alle fronten diep heeft geraakt, in hoofd, hart en buik. Met groot genoegen kennen wij de Taalunie Toneelschrijfprijs 2000 toe aan Ramsey Nasr voor zijn theatertekst Geen lied.
De jury:
Marisa van 'Eyle
Bart Van den Eynde
Matthijs Rümke
Steven Peters (secretaris)
Nieuwsberichten
- Kris Cuppens wint Taalunie Toneelschrijfprijs 2006
- Genomineerden Taalunie Toneelschrijfprijs 2006 bekend
- Anna Enquist, Antoine Uitdehaag en Anne Vegter winnen Taalunie Toneelschrijfprijs 2005 met Struisvogels op de Coolsingel
- Jeroen van den Berg wint Taalunie Toneelschrijfprijs
©
Nederlandse Taalunie, 2000-2008 alle rechten voorbehouden
Wegwijzer – Colofon – Contact – Vrijwaring – Opmerkingen en reacties
Wegwijzer – Colofon – Contact – Vrijwaring – Opmerkingen en reacties
