taalunieversum

Direct naar menu
U bent hier: taalunieversum » over taalunie »

Toespraak minister Van der Hoeven conferentie Suriname

Paramaribo, 12 januari 2005, Nederlandse Taalunie

Dit is een indicatieve weergave van de toespraak van minister Van der Hoeven voor het congres Onderwijs in en van het Nederlands in Suriname. Aan onderstaande tekst kunnen geen rechten worden ontleend.

toespraak_minister_van_der_hoeven.jpg Toespraak minister Van der Hoeven

Suriname lid van de Taalunie: belangrijk voor de Taalunie én voor Suriname

Uwe Excellentie president Venetiaan,
minister Sandriman,
ministers,
oud-minister Van Grembergen,
dames en heren,

Het is mij een buitengewoon genoegen om u hier te ontmoeten.
Dit is mijn eerste bezoek aan Suriname en ik heb de twee dagen dat ik hier ben werkelijk genoten van de gastvrijheid en de schoonheid van dit land. (Minister Van der Hoeven vertelt even over haar indruk van Suriname en het Nederlands dat daar gesproken wordt.)
Vandaag gaat het over taal. Dat is een onderwerp dat mij na aan het hart ligt. Taal is een prachtig instrument, een sociaal bindmiddel, dat je naar believen kunt gebruiken om op te gaan in de massa of juist om je te onderscheiden. In Nederland en Vlaanderen investeren we op dit moment extra in taallessen voor degenen voor wie Nederlands niet de moedertaal is. Want je kunt pas echt deelnemen aan een samenleving, als je de taal goed spreekt.

Je kunt aan taal ook veel plezier beleven. Zo houden wij in Nederland en Vlaanderen elk jaar in december het Groot Dictee der Nederlandse taal. Een nieuwslezer leest dat dictee voor in een feestelijke sfeer op televisie. Heel veel Nederlanders en Vlamingen schrijven mee. Ter illustratie geef ik u de eerste zin uit het laatste Groot Dictee:

Ondanks zijn chronische ingewandsziekte begon de comicus zijn dagelijkse cadans met een eigenzinnige gedachte-exercitie over normen en waarden, oftewel gedragingen die hij graag geïmplanteerd zag bij vreemde vogels in zijn niet-geseculariseerde santenkraam.

Het vervolg is nog veel erger. Dat het dictee verschrikkelijk moeilijk is blijkt uit het feit dat we in Nederland iemand die maximaal 25 fouten scoort, al heel erg goed vinden.

Maar ik ben hier niet als afgezant van het Groot Dictee der Nederlandse Taal, ik ben hier voor de Taalunie. We vieren hier vandaag dat de Republiek Suriname officieel is toegetreden tot de Nederlandse Taalunie. En dat is een mijlpaal voor Suriname én voor de Taalunie. U kunt zich misschien voorstellen dat het niet altijd gemakkelijk is geweest op dit punt te belanden, maar mede dankzij de voortdurende inzet van een aantal zeer betrokken mensen, is het ons toch gelukt.

Vanaf nu doet Suriname mee in de Taalunie. Dit betekent in de nabije toekomst dat we samenwerken op een aantal uiteenlopende terreinen zoals de spelling, Taal- en Spraaktechnologie, de Taalunie Onderwijsprijs en de Prijs der Nederlandse Letteren.

Het belangrijkste motto van de Nederlandse Taalunie is: de taalgebruiker centraal. De Taalunie wil er voor zorgen dat alle Nederlandssprekenden over de hele wereld hun taal in zo veel mogelijk situaties op een doeltreffende en een creatieve manier kunnen gebruiken. We kunnen nu ook de Surinaamse taalgebruikers bedienen en dat betekent dat we een stuk verder komen met de verwezenlijking van onze missie.

Het is voor zowel Vlaanderen, Nederland als Suriname zelf, belangrijk dat Suriname tot de Taalunie is toegetreden. Zo biedt deze samenwerking de mogelijkheid om de kennis over de Nederlandse taal te vergroten. De Nederlandse taal heeft niet alleen een Vlaamse en een Nederlandse variant, maar ook een Surinaamse! Die variant verdient een nadrukkelijke plek in de beschrijving van onze taal. Om die reden gaan we in de nieuwe Woordenlijst van de Nederlandse Taal, in het dagelijks spraakgebruik 'het Groene Boekje' genoemd, ook een aantal specifiek Surinaams-Nederlandse woorden opnemen. In de tweede helft van dit jaar verschijnt dat nieuwe Groene Boekje. Dan weten ook de 'bakra's' (blanke Nederlanders) dat een 'boulanger' behalve een bakker in Frankrijk ook een ander woord voor aubergine is, en dat je van een 'dansmeestertje' (soort vogeltje) misschien wel dansen leert, maar dat het geen gewone dansleraar is.

En in april 2005 verschijnt bijvoorbeeld het woordenboek Nederlands-Sranantongo en Sranantongo-Nederlands bij uitgeverij Het Spectrum. De Taalunie heeft hieraan een financiële bijdrage geleverd. Ook ondersteunt de Taalunie al sinds jaar en dag de Surinaamse Vereniging voor Neerlandici en de lerarenopleiding hier in Paramaribo.

Suriname is een multiculturele en meertalige samenleving. Veel mensen spreken drie talen of meer. Ik gaf al aan dat we in Nederland - en in Vlaanderen net zo goed - te maken hebben met veel mensen voor wie Nederlands niet de moedertaal is. Het is voor zowel Nederland en Vlaanderen als Suriname zeer de moeite waard om kennis en inzichten uit te wisselen over hoe je in het onderwijs het beste kunt omgaan met meertaligheid. Op dat punt denk ik dat we veel van elkaar kunnen leren.

Ik ben ervan overtuigd dat Suriname nog op een andere manier profijt kan hebben van de toetreding tot de Taalunie. Sinds de oprichting van de Taalunie in 1980 is er veel kennis verzameld en zijn er veel ervaringen opgedaan met het Nederlands en het gebruik van die taal. We maken er werk van om deze inzichten ook voor u toegankelijk te maken. Er ligt een oceaan tussen Suriname en Nederland en Vlaanderen, maar die is in deze tijd dankzij internet te overbruggen met één klik op de muis. De website Taalunieversum bevat al veel interessante informatie. Het adres van de site vindt u in de congresmap. Ik kan alle taalliefhebbers deze site van harte aanraden. U kunt er terecht voor taaladvies, u kunt zoeken in de digitale bibliotheek van het Nederlands en nog veel meer.

Excellenties, Dames en heren,

Ik zei u net al dat taal een prachtig instrument is. Je kunt ermee spelen en je kunt ermee goochelen. De bekende Nederlandse schrijfster Joke van Leeuwen is daar een meester in. Het zal de leerkrachten onder u aanspreken dat ze (met geld van de Taalunie) een voor kinderen heel aansprekend boekje heeft geschreven over taal.
De intrigerende titel luidt: Waarom een buitenboordmotor eenzaam is. Op een aantrekkelijke manier, voorzien van ondersteunende, humoristische illustraties, legt Joke van Leeuwen uit hoe taal ontstaan is, hoe woorden betekenis kregen, hoe schrift ontstaan is, hoe de Nederlandse taal zich in betekenis en schrift door de eeuwen heen ontwikkeld heeft. Waarom woorden in zinnen in een bepaalde volgorde staan en dat sommige woorden hetzelfde betekenen. Waarom het handig is dat er regels zijn en dat het logisch is dat die soms veranderen. Hoe je taal kunt gebruiken om jezelf te onderscheiden van anderen (hoe je met taal deftig kunt zijn of juist stoer) en hoe je aan taal enorm veel plezier kunt beleven. Er staat ook in dat Nederlands niet alleen in Nederland en Vlaanderen, maar ook in Suriname en andere landen wordt gesproken.

Ik lees u er een stukje uit voor.
Alles wat er is, moet ooit zijn begonnen. De westenwind, de bergen, het zingen van de vogels, de Nederlandse taal, het bakken van brood. Het begon omdat er ergens iets bijna onmerkbaar veranderde, omdat er iets heel langzaam verschoof, omdat er iets gezocht werd dat er nog niet was, omdat iemand iets kon wat niemand daarvoor kon, omdat er honger was of nieuwsgierigheid of omdat het gebeurde zoals het gebeurde en niemand het tegenhield.

In verschillende recensies is dit boek van Joke van Leeuwen aangeprezen als uitstekend hulpmiddel voor het onderwijs, de bovenbouw van het basisonderwijs en de onderbouw van het voortgezet/secundair onderwijs. Want het gaat in feite over taalbeschouwing, over reflectie op taal, maar dan op een manier, die kinderen boeit. Namens de Nederlandse Taalunie bied ik alle genodigden een exemplaar van dit boek aan.

Dat zal de vele deskundigen uit de Surinaamse onderwijspraktijk die hier vandaag in de zaal zitten, toch aanspreken. Het doet me veel genoegen u hier vandaag te ontmoeten. In Nederland en Vlaanderen investeren we flink in de kwaliteit van leraren. Zij hebben een heel belangrijke bijdrage te leveren aan de ontwikkeling van de samenleving. In Suriname zal dat niet minder sterk gelden. In dat opzicht heeft de Taalunie u ook nodig. Ik hoop dat de discussies die u de komende dagen hier voert zowel voor de Taalunie als voor uzelf inspirerend zullen zijn. Als lid van het Comité van ministers van de Taalunie kan ik u beloven dat wij er alles aan doen om u als leraar of lerarenopleider waar mogelijk te helpen en uw belangrijke werk te ondersteunen.

Excellenties, Dames en heren,

Ik heb u verteld waarom volgens mij de toetreding van Suriname tot de Taalunie een heel belangrijke stap is voor alle betrokken partijen. Met de deelname van Suriname in de Taalunie slaan we de handen ineen op taalgebied. Zou het niet leuk zijn als er meer Surinaamse deelnemers mee gaan doen aan het Groot Dictee der Nederlandse Taal, waar ik u net over vertelde ? De voorlaatste keer was de winnaar, Oscar Fernald, oorspronkelijk afkomstig uit Suriname, dus, waarom niet?
Enfin, u hebt nog een heel congres voor de boeg waar u kunt bediscussiëren wat we allemaal wel en niet gezamenlijk kunnen doen. Ik heb helaas zo’n druk programma dat ik niet in staat ben aanwezig te zijn bij de sluiting van dit congres, maar minister Sandriman zal wel het genoegen smaken de presentatie van de resultaten van uw samenzijn bij te kunnen wonen. Ik wens u een heel leerzame conferentie toe en ik zal nu President Venetiaan en minister Sandriman een exemplaar van het boekje van Joke van Leeuwen aanbieden.
© Nederlandse Taalunie, 2000-2008 alle rechten voorbehouden
WegwijzerColofonContactVrijwaringOpmerkingen en reacties