Frankrijk: Université Charles de Gaulle - Lille III, Sciences Humaines, Lettres et Arts, UFR des Langues Étrangeres Appliquées (Roubaix Cédex)
De Universiteit van Lille en de opleiding zakelijk Nederlands
Roubaix - Achter het nu beroemd geworden museum voor kunsten en nijverheid 'La Piscine', vindt men in de stad oude industriële gebouwen uit het einde van de 19de eeuw, die al dan niet gerestaureerd zijn en waar vroeger zoveel Vlaamse grensarbeiders werkten. Op een van deze gebouwen met zijn opgefriste bakstenen staat tussen de ingangsdeur en de eerste verdieping het blauwe opschrift: 'U.F.R. de Langues Etrangères Appliquées', of kort gezegd 'LEA'.
Aan deze afdeling van de Université Charles de Gaulle-Lille 3 waarvan de hoofdzetel een tiental kilometer verder in de Rijselse voorstad Villeneuve d'Ascq ligt, worden de 'taalbemiddelaars' voor de bedrijfswereld en de internationale handel opgeleid.
Voor Vlamingen en Nederlanders moet het wel vreemd lijken, dat een dergelijke opleiding aan een universiteit gegeven wordt en niet aan een hogeschool. Maar het is een kenmerk van het onderwijs in Frankrijk, dat iedereen, op welk niveau dan ook, de mogelijkheid moet krijgen om verder te studeren. Concreet gezien betekent dit dat de student 'zakelijke talen' ook recht heeft op de voorbereiding en de verdediging van een proefschrift, als hij dit wil en kan.
Ook qua mentaliteit is er een verschil met hogescholen. Erasmus-studenten uit de Lage Landen zijn verbaasd over de vrijheid die ze hier genieten; hun docenten vrezen soms dat ze hier niet genoeg leren.
Het programma is in drie blokken verdeeld die elk een derde van de lesuren in beslag nemen. Het eerste blok betreft bedrijfsgerichte vakken zoals economie, marketing, informatica, boekhouding, recht, enz. De overige twee derden zijn gewijd aan twee vreemde talen. Naast Engels, Spaans, Duits, Italiaans, Russisch, Zweeds en Deens wordt ook Nederlands gegeven.
De nieuwe BaMa-structuur is formeel nog niet ingevoerd, maar aangezien de studie vijf jaar duurt, zal deze structuur geen grote verandering met zich meebrengen.
In de twee eerste jaren wordt de nadruk gelegd op de taalverwerving alsook op de verwerving van historische, sociale en geografische kennis. Van de beginner wordt het niveau A2 van het Europees Referentiekader voor de moderne talen van de Raad van Europa verwacht. Elke student wordt ook een taalportfolio gegeven, zodat hij zijn kennis zelf kan evalueren en een persoonlijke leerstrategie ontwikkelen. De taalverwerving wordt verzorgd d.m.v. een hoorcollege grammatica en werkcolleges vertalen, grammaticale oefeningen en conversatie. De studenten (maar ook buitenstaanders) kunnen gebruik maken van de website van de Faculteit waar een complete cursus grammatica aangeboden wordt. Voor de colleges maatschappijleer wordt gebruik gemaakt van divers materiaal, o.a. van de site van de vakgroep neerlandistiek van de Universiteit Wenen, van de CD-ROM van het Nederlandse Ministerie van Buitenlandse Zaken, enz. Ook moet de student elke dag de pers lezen (nieuwsbrieven per e-mail zijn daarvoor een uitstekend middel). Aan het einde van het tweede jaar wordt van de student verwacht, dat hij het niveau B1-3 van het Referentiekader bereikt heeft.
In het derde jaar veranderen de dingen. De student heeft de mogelijkheid om voor een semester of een heel academiejaar als Erasmus-student naar Vlaanderen of Nederland te gaan. Onze belangrijkste partners bevinden zich in Gent, Antwerpen en Maastricht en na een jaar in een van deze plaatsen komen de studenten er meestal veranderd uit. Het is ook geen toeval, dat men soms hoort zeggen dat een jaar onderdompeling in een vreemde taal overeenstemt met acht jaar onderricht in die taal. Daarnaast moeten de derdejaars ook voor het eerst stage lopen in een bedrijf (of een andere organisatie). De ontdekking van de arbeidswereld is voor de student meestal een belangrijke ervaring. Vaak blijkt dat stages in Frankrijk, waar de student zijn kennis van het Nederlands zou moeten kunnen gebruiken, meestal niet het verwachte resultaat opleveren, omdat er in dergelijke gevallen niemand is, die de stagiair op taalkundig gebied begeleidt. Voor de taalverwerving is een stage in Vlaanderen of in Nederland het meest aangewezen. Het nabije Zuid-West-Vlaanderen biedt interessante mogelijkheden voor studenten die over minder financiële middelen beschikken: de stagiair kan van hieruit gemakkelijk 's avonds naar huis gaan en hoeft bijgevolg geen twee kamers te betalen. Uit ervaring weten we ook dat de studenten zelf altijd tevreden waren over hun stage in Vlaanderen of Nederland.
Het vierde jaar zakelijk Nederlands is gewijd aan de structuren van de bedrijven. Het gaat hier om begrippen zoals 'N.V.', 'B.V.(B.A.)', 'V.O.F.', 'structuurvennootschap', 'raad van commissarissen' en dergelijke. Ook leert de student dat achter het woord 'eigendom' niet dezelfde (juridische) betekenis steekt in Nederland als in Vlaanderen; waarom er in Nederland geen rechtbanken van koophandel zijn, enz. In het keuzevak 'zakelijk vertalen' worden teksten behandeld zoals bijvoorbeeld contracten en bedrijfsstatuten.
In het vijfde jaar nemen de 'technische' vakken een grote plaats in en is het aantal uren voor vreemde talen beperkt tot 25 uur, hetgeen met een uur per week overeenkomt. De nadruk wordt hier gelegd op de analyse van lange teksten.. Het zijn verslagen van adviesorganen zoals de S.E.R. of de S.E.R.V. , boeken of studies; kortom informatie die voor de Franse bedrijfswereld interessant is, maar moeilijk toegankelijk omdat zo weinig mensen er Nederlands spreken.
De studenten zakelijk Nederlands en hun docenten werken soms ook voor externe partners die interesse hebben voor dergelijke informatie. Natuurlijk is de groep geen leverancier in de traditionele betekenis van het woord en kan hij dit ook niet zijn. Als een prestatie verricht wordt voor een bedrijf of een of andere organisatie, dan gaat dit meestal trager dan bij een professionele dienstverlener. Aangezien dit steeds vanuit een pedagogisch oogmerk gebeurt, wordt geen betaling verwacht.
Samen met de stages is dit de beste mogelijkheid om te zorgen voor zowel de verankering van deze opleiding in de sociaal-economische omgeving als voor de waardering van de taalkennis. De kennis van een product, van een markt of van een productiemethode verandert voortdurend en vereist van de student dat hij flexibel is. Daarom verwachten onze partners terecht, dat onze studenten hun vreemde talen goed beheersen.
Voor meer informatie: http://www.univ-lille3.fr/UFR/lea/
Kandidatuur
Je kan je kandidaat stellen bij Armand Héroguel: heroguel@univ-lille3.fr
Wegwijzer – Colofon – Contact – Vrijwaring – Opmerkingen en reacties
